Q-Course

De Vorming Operator Special Forces Group

De vorming tot Operator bij de Special Forces Group is een selectie- & vormingstraject dat bestaat uit drie delen: de Selectiefase (Préstage), de Basisvorming (Stage) en de Complementaire vorming. De totale duur van deze beperkingen is ongeveer 19 maanden.


q-course

De selectiefase

Bestaat uit een selectieweek waarbij de kandidaten getest worden op fysieke conditie, kaartleescapaciteiten, algemene militaire kennis en schootstechnieken. Bijkomend is hier ook een psychologische evaluatie voorzien. Aansluitend is er 1 week specifieke training om de stagiairs op een vereist basisniveau te krijgen en voor te bereiden op de eigenlijke Stage. Dit o.a. op gebied van kaartlezen en schootstechnieken. Aansluitend volgt er een cursus van 1 week ‘Identificatie Militair Materieel’ (IM).

q-course

De basisvorming

Een fysiek en mentaal uitdagende opleiding die ongeveer 6 maanden duurt. Naast het verwerken van technische vaardigheden en militaire kennis worden er strenge eisen gesteld aan de kandidaten op gebied van initiatief en motivatie. Tijdens deze fase worden de stagiairs de basisvaardigheden bijgebracht nodig om te overleven in vijandelijke omgeving. De Basisvorming bestaat uit 3 fases: de Oriëntatiefase, Technische fase en Tactische fase, die elk ongeveer 2 maand in beslag nemen. Na het slagen van de Stage mag de kandidaat zich Operator noemen, maar hij zal pas gebrevetteerd zijn na het succesvol beëindigen van de Complementaire vormings- en Evaluatie periode en ook dan het brevet van Ploeglid SFG ontvangen.

q-course
    • Oriëntatiefase

Dit is een fysiek beladen en hoofdzakelijk individuele fase. De nadruk ligt hier vooral op het kaartlezen en het zelfstandig en individueel kunnen werken. Deze fase wordt afgesloten met de ‘Tenderfeet’: een individuele dropping van 100 Km vogelvlucht in een tijdspanne van 48 uur.
In deze eerste twee maanden komen de volgende onderwerpen aan bod:

    • Navigatie en oriëntatie
    • Herkenning en identificatie militair materieel
    • Tactiek eigen aan Special Forces
    • Schootstechnieken
    • Overlevingstechnieken
    • Transmissie/IT
    • Fysieke training met nadruk op uithouding en weerstand.
    • Medische technieken
    • Nabije gevecht zonder wapen
    • Technische fase

Hier krijgt de stagiair basisonderricht in alle technieken, tactieken en procedures nodig om de volgende fase aan te vatten. Dit omvat o.a.:

    • Radiomateriaal en -procedures en informatica
    • Amfibische insertietechnieken
    • Doorgedreven schootsonderricht
    • Doorgedreven medisch onderricht
    • Theoretische tactische lessen
    • Tactische fase

Realistische oefeningen die alle aspecten van mogelijke SF opdrachten bevatten. De nadruk ligt hier op het werken in ploeg. Zowel de planning, voorbereiding, uitvoering en afhandeling van opdrachten komen hier aan bod. De toekomstige operator leert werken in vijandelijk terrein met aanwezigheid van reële ‘vijand’. Deze fase benadrukt de team dynamiek, dus alle kandidaat worden geëvalueerd in elke functie binnen het team.

    • Criteria

Elke fase wordt afgesloten met tussentijdse testen. Een score van 80% op elke test is de vereiste. Iedere mislukking op een test leidt tot een sanctie of eliminatie. Eerlijkheid en loyaliteit zijn belangrijk voor ons. Een kandidaat die betrapt wordt op ‘vals spelen’ zal onmiddellijk uit de Stage gezet worden en mag zich nooit meer aanbieden als kandidaat ‘operator SF’. Een kandidaat die om medische redenen moet stoppen krijgt de mogelijkheid om terug aan te sluiten in de Stage van het volgende jaar. Het tijdstip waarop hij mag terugkeren, wordt beslist door een commissie intern SFG.

Complementaire vorming

Deze periode duurt 12 maand. Tijdens deze periode zijn er o.a. voortgezette vormingen voorzien: Vrije val High Altitude (HA), Aidman, SOFAFR, Détachement d’Agents de Sécurité (DAS), Special Forces Advanced Urban Combat (SFAUC), TSE/TEO, TACP, Landing Point Commander,… . De kandidaten die niet gebrevetteerd Paracommando zijn dienen deze brevetten te behalen.

q-course
    • Brevet A-Commando

4 weken training in het opleidingscentrum voor commando’s (CE Cdo) te MARCHE-LES-DAMES nabij NAMUR. Daar worden het beheersen van de rots-, amfibie- en commandotechnieken aangeleerd ten einde te kunnen opereren in moeilijk en uitdagend terrein en dit in moeilijke omstandigheden, zowel bij dag als bij nacht.

    • Brevet A-Para

4 weken training in het Trainingscentrum Para (CE Para) te SCHAFFEN. Eén week grondopleiding en drie weken ballon en vliegtuigsprongen (automatische opening).

    • Vrije val High Altitude (HA)

Een 5 weken durende cursus waarin tijdens de eerste twee weken de basis vaardigheden van vrije val aangeleerd worden. Tijdens de laatste drie weken zal de kandidaat leren springen bij nacht en met materiaal teneinde tactische inzet mogelijk te maken via parachutage. Deze sprongen worden uitgevoerd tot op een maximum hoogte van 12000ft..

Na de opleiding

Na deze vormingsperiode succesvol beëindigd te hebben krijgen de stagiairs hun brevet Operator Special Forces. Vanaf dit moment worden ze aangehecht aan een bestaande en operationele ploeg en kunnen ze deelnemen aan opdrachten.  Nu begint ook de Functionele vorming. Naargelang de insertiespecialiteit volgt er een vorming en training.  De nieuwe operatoren zullen ook gevormd worden in de functie die ze zullen bekleden in de ploeg (sniper, communicatiespecialist, medic of breacher).