Geschiedenis van de eenheid.

De eerste Belgische parachutisten starten hun opleiding in januari 1942 in Engeland, op het vliegveld van Ringway, vlakbij Manchester. In juli 1942 worden deze mannen officieel samengebracht in de “Belgian Independant Parachute Company” onder het bevel van kapitein Edouard Blondeel. Op 04 februari 1944 wordt de eenheid toegevoegd aan de Special Air Service Brigade en krijgt ze de naam “Belgian SAS Squadron”. De SAS-ers zullen in totaal 14 operaties uitvoeren achter de vijandelijke lijnen in Frankrijk, België en Nederland. Omgevormd tot een SAS squadron op gepantserde jeeps voert de eenheid vanaf december 1944 opdrachten uit in de Belgische Ardennen. Vanaf april 1945 spreken we van het “Regiment parachutisten SAS”. Het regiment neemt deel aan de campagnes in Nederland en Duitsland. Na het beëindigen van de vijandelijkheden voert deze eenheid een “counter intelligence” opdracht uit met als doel het opsporen en aanhouden van oud-nazi’s en oorlogsmisdadigers.

na de oorlog.

Op 3 januari 1951 worden de twee regimenten SAS en Commando samengevoegd. Vanaf 1 april zullen ze de namen dragen van 1e Bataljon Parachutisten en 2e Bataljon Commando en vormen samen het Regiment Para-Commando.

In 1955 wordt de SOE (Speciale Opsporings Eenheid) opgericht. De SOE telt in haar rangen ploegmaten van alle wapens van de Landmacht evenals radio-operatoren. Ze is aangehecht aan het 1(BE) Corps en staat achtereenvolgens onder het bevel van Kapitein BYL en Majoor TAGNON.

1964 tot 1994.

In 1964 wordt dan de compagnie GVP (Gespecialiseerde verkenningsploegen) boven de doopvont gehouden. Major R. TAGNON wordt de eerste korpscommandant. De compagnie bestaat initieel uit inter-wapen ploegmaten (niet-para) die ingezet worden ten voordele van de divisies en een detachement para-commandos ingezet ten voordele van het 1(BE)Corps. De Cie GVP is achtereenvolgens gestationeerd in Weiden, Euskirchen en Spich tot in 1994.

na 1994.

De herstructurering van het leger brengt met zich mee dat de Cie GVP in 1994 ontbonden wordt en gedeeltelijk opgevolgd wordt door het detachement LRRP (Long Range Recce Patrol). Het detachement telt in totaal 30 man, waaronder 4 ploegen van telkens 4 man en wordt ondergebracht bij de Brigade Para-Commando. Het blijft gestationeerd in Heverlee tot aan zijn ontbinding in april 2000.

Diezelfde maand wordt er in Flawinne een Compagnie Special Forces gecreëerd in de schoot van het 3 Regiment Lanciers Parachutisten. De compagnie komt in de plaats van één van de twee bestaande verkenningseskadrons op jeep.

Het 3 L Para wordt ontbonden in februari 2003. De compagnie Special Forces echter blijft bestaan en wordt een onafhankelijke eenheid, rechtstreeks afhankelijk van de Landcomponent. De nieuwe benaming wordt Special Forces Group. De SFG heeft het mutskenteken behouden tot 2010 dat initieel ontworpen werd voor de 1e Cie GVP.

Eind 2010, door de ontbinding van het 1 Battalion parachutisten, heeft de Special Forces Group de eer het vaandel en de tradities over te mogen nemen van het Regiment Parachutisten SAS en voegt hierbij de leuzen “Who Dares Wins” en “Never surrender” toe aan “Far ahead”. Hierbij wordt eveneens het mutskenteken vervangen door het oorspronkelijke SAS kenteken.

April 2012, verhuis naar Heverlee waar de eenheid tot op heden verblijft.